Impressies bij de fotomontages van Jan Swart

Twee nieuwsfoto’s uit NRC Handelsblad van 2010 zijn tegen elkaar gemonteerd. Zie hier de fotomontages van kunstenaar Jan Swart. Ik vond ze zo mooi dat ik spontaan aanbood er teksten bij te schrijven. Nu is er een mooi boek in de maak, met dertig beelden en even vele ‘impressies’ van mijn hand, plus een essaytje, bij wijze van nawoord.

Tien beelden hangen in november tijdens de kunstmaand van Ameland. In Sier aan Zee op 19 november 2017 treden we samen op om over het werk te praten. Aanvang: 11 uur.

Vier overwegingen bij het schrijven van een familiegeschiedenis

Etty Hillesum schreef in haar dagboek Het verstoorde leven: ‘Men kent iemands leven niet wanneer men de uiterlijke feiten kent. Om iemands leven te kennen moet men zijn dromen kennen, zijn verhouding tot zijn verwanten, zijn stemmingen, zijn teleurstellingen, zijn ziekte en zijn dood.’ “Vier overwegingen bij het schrijven van een familiegeschiedenis” verder lezen

Jonge wetenschappers essayeren

Bijzonder trots ben ik op de tien jonge wetenschappers die ik heb begeleid bij het schrijven van een essay over hun onderzoek rondom disability studies. De essays verrassen door hun onderwerpen en zijn ook nog erg goed geschreven!

Opdrachtgever voor deze bundel was Disability Studies in Nederland en ZonMw, de organisatie die onderzoek in de gezondheidszorg financiert.

“Jonge wetenschappers essayeren” verder lezen

Boek: Familieverhalen

Hoe schrijf je je eigen familiegeschiedenis? In Familieverhalen onderzoek ik de kunst van het schrijven over je naasten.

Vele Nederlanders vertrouwen het verhaal van hun eigen familie aan het papier toe. Ze duiken in archieven en interviewen familieleden die ze soms al heel lang niet meer hebben gezien. Het verlangen naar een goed verhaal is groot. Een kale stamboom is dan niet genoeg om de geschiedenis van de eigen familie te vertellen. “Boek: Familieverhalen” verder lezen

‘Familieverhalen’ in de pers

Over Familieverhalen verscheen een aantal artikelen in de pers. Hier vind je de pdf’s:

Trouw, Familiegeschiedenis te boek (of niet), 26 februari 2011

Parool, ‘Familie is kwetsbaar als het leven zelf’, 9 maart 2011

NRC Handelsblad, 10 maart 2011

DvhN, ‘Kwetsbaar, als het leven zelf’, 12 maart 2011

Volkskrant, ‘Opa’s avonturen’, 19 maart 2011

Nederlands Dagblad, ‘Familie, wat moet je ermee’, 5 mei 2011

Tijdschrift Schrijven, De kunst van het schrijven over je naasten, oktober 2011

 

 

Een stadse bij de varkens


Ik ben geen uitgesproken liefhebber van dieren. Ik vind ze een beetje eng. Maar een aantal jaren geleden heb ik wel een boek geschreven voor het InnovatieNetwerk van het Ministerie van Landbouw over Agroparken. Destijds heb ik tijdens het schrijven van dit boek geen levend varken gezien. Daar moest eens verandering in komen, vond ik. Dus heb ik, in het kader van een maf kunstproject van de Peergroup, 24 uur op vier Bunte Bentheimers gepast. En er een essaytje over geschreven dat nu in een mooi boekje staat – en hier als pdf te lezen is: Een stadse bij de varkens.

Doosje

De opdrachtgever
Een zelfstandig gevestigd personeelsadviseur die met pensioen gaat.

De opdracht
‘Wil je schrijven over mijn werk en leven? Die tekst wil ik uitdelen aan vrienden en familie, als ik 65 word.’

De uitvoering
Ik maakte een reeks van kleine artikelen over diverse thema’s die in het leven van de opdrachtgever belangrijk zijn: haar loopbaan, muziek, haar gezin, journalistiek, haar ouders.

Die artikelen vulde ze aan met foto’s van vroeger en van nu, lijstjes van frivole favorieten in haar leven (favoriet broodbeleg: kokosbrood); een stamboom, een kaart van Nederland met alle adressen waar ze heeft gewoond en een pagina bladmuziek van haar favoriete componist.

De vormgeving
Voor een professionele vormgever was geen budget. Daarom heeft de opdrachtgever zelf een twintigtal doosjes gekocht en gevuld met mijn teksten en haar foto’s. Ze heeft ze uitgedeeld aan haar familieleden en beste vrienden.

Scharrelen met Bentheimers

Lucifers, anti-rimpelcrème, lang houdbare melk, wijn, papier, marshmallows en natuurlijk ook spekjes, en karbonades en dropjes: we leven heel intiem met varkens. Ze zijn in de meest uiteenlopende producten verwerkt. Dat heeft Christien Meindertsma prachtig laten zien in haar project PIG 05049 1:1.

Ik had me al eens eerder verdiept in varkens, bij het schrijven van een boek over agroparken voor het InnovatieNetwerk van het Ministerie van Landbouw. Daar had ik de overtuiging aan overgehouden dat het anders moet met de varkenshouderij in Nederland.

Als mensen toch vlees blijven eten – en dat doen ze, elk jaar meer, in Nederland én vooral in opkomende economieën waarin steeds meer mensen eindelijk geld genoeg hebben om vlees te gaan eten – dan moet dat op een radicaal andere, milieuvriendelijker manier. Het alternatief, vegetarisch gaat eten, is nóg beter, maar dat vertikken de meeste mensen nu eenmaal.
Tijdens het schrijven van dat boek heb ik echter geen varken in het echt gezien. Dat was wel een omissie.

Dus toen de Peergroup vroeg om 24 uur te gaan zorgen voor vier bonte Bentheimers en daar vervolgens verslag van te doen, was ik enthousiast. Dat leven met die varkens, daar zag ik wel tegenop. Eigenlijk vind ik dieren maar stom. Ik ben er zelfs een beetje bang voor. Na die 24 uur een essaytje erover geschreven, dat leek me het leukst.

Dus reed ik naar Coevorden, waar op de grens tussen Nederland en Duitsland, twee zeecontainers op elkaar in een weiland staan. De P.A.I.R (= portable artist in residence) biedt ruimte aan vier varkens en één mens, en is geheel zelfvoorzienend.

Het was eenzaam en saai en fascinerend, die 24 uur zorgen voor de varkens. Ze deden me beseffen dat we nog steeds magisch denken: tussen die levendige scharrelende, snuivende, oorverdovend knorrende, ontzettend grappige beesten en alle producten die ervan worden gemaakt gaapt een groot gat: het verband gaat onze fantasie te boven.

Iets dergelijks geldt voor het contrast tussen deze romantisch huppelende wezens in een weiland op grens van Duitsland en Nederland en de realiteit van de bio-industrie. Onbegrijpelijk.
Mijn voorstellingsvermogen groeide door voor die beesten te zorgen: daar huppelen wezens die straks tot worst worden gedraaid. Ik vind het geen zielig idee, integendeel. Het maakt vlees eten begrijpelijker. Minder zondig. Vreemd genoeg.

Later schreef ik het essay: Een stadse bij de varkens.