Dit advies kun je gebruiken bij complexe opdrachten, bij uitstelgedrag, bij eigenlijk alle schrijftaken die niet helemaal vanzelf gaan. Je kunt het ook gebruiken om de kwaliteit van je schrijverschap te verbeteren. Dat gaat gebeuren omdat je systematisch reflecteert op wat je nu eigenlijk aan het doen bent.
Het advies luidt: monitor je schrijfproces in zeven stappen
1. Houd een dagboek bij over je schrijfproces, in een boekje, of op een file in je computer.
2. Als je begint met schrijven, dan geef je jezelf een opdracht: zo specifiek mogelijk én wees realistisch. Stel dus liefst makkelijk haalbare doelen. Deadline-junkies zetten daarbij ook een timer. Splits zo nodig de opdracht in kleinere taakjes en zet voor elk klein taakje ook een timer.
3. SCHRIJF DIE OPDRACHT OP! (Deze aanwijzing bevat toverkracht).
4. Voer de opdracht uit.
5. Evalueer, maar uitsluitend positief: wat ging goed? Hoe ben je vooruit gekomen? Schrijf op.
6. Stel vast: waar wil je nu vooral aan gaan werken? Waar heb je zin in? Dat wordt dat je volgende opdracht. Dit heet ook wel ‘parking down hill’ (uit: Joan Bolker’s Writing Your Dissertation in Fifteen Minutes a Day). Zo creëer omstandigheden waardoor je een volgende keer weer snel tot schrijven komt.
7. Als je meer steun nodig hebt: stuur je positieve evaluatie en je taak voor de volgende keer naar een ‘writing accountability partner’, iemand met wie je afspreekt dat die, bijvoorbeeld elke doordeweekse avond, je vooruitgang ontvangt. Eventueel ontvang je ook van je schrijfpartner een mail over diens schrijfproces van de dag. Reageer daar alleen maar positief op, zonder veel extra commentaar.