Je zou kunnen zeggen dat de kern van een tekst bestaat uit vragen en antwoorden. Sommige vragen zijn expliciet, zoals: welke wetten in het internationaal recht regelen het omgaan met ruimtepuin?
Andere vragen zijn impliciet: ze bevinden zich achter de tekst, bij wijze van spreken, of in het hoofd van de lezer. Voorbeeld van zo’n laatste vraag: waarom moet ik lezen over de geschiedenis van het internationale ruimterecht?
Een ervaren
schrijver verstaat de kunst om antwoord te geven op impliciete vragen. Een nog grotere kunst is om bij de lezer precies die vragen te laten opkomen die jij ook graag wil beantwoorden.
Vragen stellen aan jezelf
Als je wil schrijven over een onderwerp x, maar nog niet precies weet wat, dan zou je eens een tijdje jezelf vragen kunnen stellen over je schrijfproject – en dat zonder druk, zonder haast, zonder het raadplegen van Tjet of een ander AI-model.
Niet nadenken, geen structuur aanbrengen, steeds jezelf een vraag stellen en antwoord erop geven.
Ben je uitgeschreven? Stel dan een nieuwe vraag. Dit is een vorm van vrij schrijven, waar je jezelf in kunt trainen. Zo ontwikkel je nieuwe ideeën. Soms los je zo interne conflicten, soms blaas je alleen maar stoom af.
(Geheel terzijde: ik las dat een schrijver zijn stoom-afblaaspagina’s, ook wel ochtendpagina’s genoemd, door het AI-model Claude liet transformeren tot een takenlijst. Hier word ik zo treurig van. Dit is een vorm van efficiency-denken waarin zelfs stoom afblazen nog omgezet moet worden in iets nuttigs.)
Uitstelgedrag
Je kunt jezelf ook vragen stellen als je lijdt aan uitstelgedrag. Schrijf maar even op waarom je geen zin hebt.
Misschien kom je erachter dat je te moe bent.
Of dat je essentiële informatie mist.
Of dat je eigenlijk niet goed weet waar je moet beginnen.
Voor je het weet, stel je jezelf inhoudelijke vragen en ben je weer op het goede spoor.
Vragen stellen in je tekst
Ik gaf les aan een groep adviseurs. Het eerste wat mij in hun teksten was opgevallen was dat hun adviezen zelden een vraag bevatten.
Een goed advies zou toch een antwoord moeten zijn op een vraag die leeft. Wat betekent het als de adviseurs die vragen niet eens formuleren?
Ik suggereerde deze groep: probeer eens heel bewust vragen toe te voegen aan je tekst. Dit is een schrijftechniek die veel teksten leesbaarder maakt.
Door vragen expliciet in je tekst op te nemen, trek je de lezer naar de tekst toe. Alleen al de visuele aanwezigheid van een vraagteken trekt de aandacht van de lezer.
Disclaimer
De techniek van effectieve vragen stellen in je tekst ga je niet in één keer goed beheersen. Misschien voeg je in het begin veel te veel vragen toe. Misschien stel je juist vragen die niet zo relevant zijn.
Denk na over welke vragen echt belangrijk zijn. Bedenk ook dat je in een latere revisie de vragen vaak kan weglaten.
Welke vraagwoorden?
Merk hierbij op dat sommige vraagwoorden leiden tot specifiekere, dus betere antwoorden dan andere: ‘welke’, ‘wie’, ‘waarom’, ‘wat’ zijn vraagwoorden die een specifiek antwoord beloven. Voorbeelden: welke belooft een opsomming; wat belooft een definitie; waarom belooft een opsomming van redenen.
Een vraagwoord als ‘hoe’ of ‘in hoeverre’ geeft bijna altijd vagere antwoorden. Het kost vaak veel denkkracht om hoe-vragen om te vormen. Daarmee verandert immers ook de inhoud van de vraag. Vergelijk: ‘Hoe moet Europa zich herpositioneren?’ met ‘Welke economische maatregelen moet de Europese Unie nemen om niet-Europese landen gelijkwaardiger te behandelen?’ De laatste vraag is veel specifieker.
Sommige teksten laten zich schrijven als een aaneenschakeling van vragen en antwoorden, waarbij elke alinea één vraag bevat. Dat leest wat staccato. Vaak kun je in de afwerkfase wat vragen schrappen en met verbindingswoorden de antwoorden in de ene alinea logisch laten aansluiten op een volgende.
Tot slot: twee vuistregels
De eerste: stel alleen een vraag als je er ook antwoord op geeft. Een tekst waarin vele vragen achter elkaar worden gesteld zonder dat er antwoord op komt, geven de indruk dat de schrijver onwetend is.
Een tweede vuistregel: niet meer dan een à twee vragen per 500 woorden.