Start elke ochtend met schrijven

Ik adviseerde het al langer: begin elke ochtend met schrijven. Sinds ik mijn eigen adviezen opvolg, merk ik pas echt wat dat betekent. Een kopje koffie en dan twee a drie handgeschreven pagina’s produceren.

Ik ga niet beweren dat het heel plezierig is om aan het begin van de werkdag eerst in mijn schriftje te schrijven. Het is lastig, saai soms, om zomaar te schrijven, vooral als je niet weet wat.

Nu ik het een paar weken heb volgehouden, begint ik er zelfs plezier in te krijgen. Als ik het een dag te druk heb om met schrijven te beginnen, dan mis ik het!

Wat is nu het voordeel van doelloos schrijven in de ochtend? Ik zie drie redenen.

De eerste is dat je als het ware je formuleerknop aanzet in je hoofd. Je drijft niet meer op vormeloze stemming of gaat onmiddellijk over tot actie, maar beschrijft wat er zich voordoet. Van dat oefenen in formuleren heb je direct profijt. In mijn geval: al schrijvend structureer ik mijn dag door te bedenken wat ik vandaag in elk geval echt wil doen.

Dat profijt is direct de tweede reden: het stimuleert je creativiteit. Er dienen zich vaak nieuwe ideeën aan, ideeën die nog onrijp zijn maar wel nieuw! Dit gebeurt lang niet altijd. Soms schrijf ik alleen mijn onrust weg in de meest vreselijke clichés en andere flauwekul. Daarna ben ik klaar voor het echte werk.

De derde reden voor het ochtendschrijven is voor mij de belangrijkste: ik maak serieus tijd vrij voor mijn eigen gedachten. Die komen eerst. Die verdienen aandacht. Alleen door werkelijk serieus te nemen wat je denkt, kom ik verder met schrijven.

Dat vertelde ik altijd al aan anderen. Nu ervaar ik het opnieuw weer zelf.

Zie voor meer uitleg van de morning pages Julia Cameron de website van .

De Mount Everest beklim je ook niet in één keer

Zeker bij een groot project kan de schrik je om het hart slaan: dit komt nooit af! Eén geruststelling: de Mount Everest beklim je ook niet in één keer.

Zelfs de meest ervaren klimmers moeten zich goed voorbereiden als ze de Mount Everest willen beklimmen. Eerst moeten ze naar het basiskamp, om hun lichaam te laten wennen aan de grote hoogte. Vandaar uit maken ze diverse expedities: steeds een stukje omhoog om te verkennen hoe het gaat. En dan weer terug naar het basiskamp.

Die verkenningen zijn essentieel voor het volbrengen van de grote klim. Misschien helpt die vergelijking als je werkt aan een groot project. Ook grote bergen kun je slechts stapje voor stapje veroveren. En soms ga je even terug naar de basis, om op krachten te komen en nieuwe moed te verzamelen voor een stukje omhoog.

Behoud je illusies

Maurice Malliot, hoofdpersoon uit Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers, was tien jaar oud toen zijn ouders zich van kant maakten. Ze lieten hem een brief na:

“Een liefdesbrief. De mooiste die ik in mijn leven heb gehad. Eén passage eruit wil ik u niet onthouden opdat u er uw voordeel mee kunt doen: Er sluipen drie griezels in schaapskleren op de wereld rond: kennis, consensus en diepgang. Je zult ze pas herkennen als je groot bent. Zorg ervoor dat ze je niet verslinden en behoud je illusies!”

Een nauwe blik

In Zeepijn toont Charlotte Mutsaers zich een spoorzoeker: ze onderzoekt het verband tussen de zee en de dennen. Een dennenboom ruist als de zee. De dennenappel heeft de schubben van een vis. En het leven van een schrijver als Robert Walser is doorstoken van dennennaalden: geen wonder voor een Zwitser die moet leven in een land zonder zee.

Al die volstrekt particuliere observaties verwerkt Mutsaers in een verzameling van teksten die anekdotisch, biografisch, essayistisch zijn. En volstrekt origineel.

Een kunstenaar heeft een nauwe blik nodig, stelt Mutsaers.

”Hoe beperkter zijn blikveld, hoe beter. Hoe meer obstakels erin staan, hoe beter. Hij zal altijd willen uitvissen wat ze verborgen houden. Eromheen trachten te kijken, eronder, erachter, ernaast, erin of erbovenop. Hij zal altijd willen achterhalen welk geheim die voorwerpen verbindt, wat hun samenhang is. Dat zet hem op het spoor van zijn eigen geheim, zijn eigen samenhang.” (p.99)

Daarom liever concreet dan abstract, liever kronkelig dan rechtlijnig, liever diepte dan vergezichten, schrijft ze. En dat doet weer denken aan Montaigne.

Een gedachte krijgt meer kracht als hij is samengebald in de afgepaste voeten van het vers, schrijft hij in Over de opvoeding. Zo treedt hij krachtiger naar buiten, waardoor hij je meer raakt en overtuigt. Net als dat een geluid dat door de nauwe buis van een trompet luider en scheller klinkt.

Dat schelle lijkt me nu weer geen aanbeveling, maar de lessen voor een essayist liggen toch weer op een andere manier voor het oprapen.

Onderzoek je associaties, zegt Mutsaers, met een nauwe blik, maar ga niet van alles aan elkaar lijmen ”zonder er met huid en haar bij betrokken te zijn, dan wordt het een spelletje Mikado. Dan storten alle bouwsels, hoe origineel misschien ook, binnen de kortste keren in elkaar.” (p.243)

Narratieve technieken bij non-fictie

In onderstaande linkerkolom zie je de eerste alinea’s van een reportage uit NRC Handelsblad, van twee journalisten die een reconstructie maakten van het bloedbad dat Tristan van der V. had aangericht in Alphen aan de Rijn. Rechts zie je dezelfde alinea’s, herschreven door journalist Henk Blanken, in de werkplaats van de Verhalengarage.

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapt Tristan van der V. uit zijn auto, op de parkeerplaats bij een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Een kwartier later zijn zes mensen dood, en zeventien mensen gewond. Het wapen ligt bij de dader, naast de kassa’s van de Albert Heijn.

Tristan van der V. parkeert zaterdagmiddag rond twaalf uur zijn zwarte Mercedes op het Carmenplein bij winkelcentrum de Ridderhof. Hij heeft drie wapens bij zich. Hij stapt uit en schiet iemand neer.  Dan gaat hij een stenen zijtrap op en door een deur het winkelcentrum in. In zijn auto, die later door de Explosieven Opruimingsdienst wordt onderzocht, ligt een briefje. Daarop staat dat er explosieven liggen in drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn.

Het is druk in het overdekte winkelcentrum. Rustig loopt Van der V. langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo. Schietend. Glas vliegt in het rond. Mensen vallen neer, rennen weg, duiken weg. Hij loopt door.

 

 

 

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapte in Alphen aan den Rijn een jonge man uit zijn auto. Een kwartier later had hij in het winkelcentrum Ridderhof zes een bloedbad aangericht.

Het moet rond het middaguur zijn geweest toen de zwarte Mercedes zaterdag het Carmenplein in Alphen aan den Rijn opdraaide. De bestuurder parkeerde de auto en stapte uit, een man van rond de twintig, een jonge, blanke man die de parkeerplaats overstak  en met een vuurwapen de eerste voorbijganger die hij tegenkwam doodschoot, willekeurig, terloops en rustig, alsof hij een sigaret uitdrukte.

Toen beklom de man de stenen trap. Door een deur ging hij de Ridderhof binnen.

In het overdekte winkelcentrum was het druk, als op elke zaterdagmiddag. De man liep kalm langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo. Rustig liep hij langs de winkels, schietend op passanten met een van de drie vuurwapens die hij bij zich droeg.

Glas vloog in het rond. Mensen vielen neer, renden weg, doken ineen.

De man liep door.

Henk Blanken besteedt maar liefst vier artikelen aan deze reportage, puur om te laten zien hoe narratieve technieken, mits echt goed toegepast, een reportage kunnen versterken. Hij herschreef het stuk helemaal, waarbij hij in een noot bij elke zin uitlegt waarom hij die heeft veranderd. Heel erg leerzaam!

Helaas is de site van de verhalengarage wat onoverzichtelijk. Op zijn blog staan de artikelen niet naast elkaar, wat vergelijking bemoeilijkt. Daarom hierbij een stukje van zowel de oorspronkelijke reportage als de herschreven versie. Wat je nu mist zijn de noten met commentaar – en de rest van beide stukken. Daarvoor moet je even doorklikken.

Impressies bij de fotomontages van Jan Swart

Twee nieuwsfoto’s uit NRC Handelsblad van 2010 zijn tegen elkaar gemonteerd. Zie hier de fotomontages van kunstenaar Jan Swart. Ik vond ze zo mooi dat ik spontaan aanbood er teksten bij te schrijven. Nu is er een mooi boek in de maak, met dertig beelden en even vele ‘impressies’ van mijn hand, plus een essaytje, bij wijze van nawoord.

Tien beelden hangen in november tijdens de kunstmaand van Ameland. In Sier aan Zee op 19 november 2017 treden we samen op om over het werk te praten. Aanvang: 11 uur.

Podcast: hoe schrijf je sneller een effectieve e-mail?

De meeste mailtjes schrijf je even snel-snel-snel. Toch kost het schrijven van een belangrijke e-mail vaak meer tijd dan je van plan bent.

Hoe schrijf je sneller een mail die áánkomt, die overkomt?

Deze podcast bevat enkele tips en trucs, zoals:

  • hoe spreek je je lezer aan?
  • Hoe begin je een e-mail?
  • Hoe vertel je de boodschap op een effectieve manier?
  • Hoe sluit je af?

Luister hier:

“Podcast: hoe schrijf je sneller een effectieve e-mail?” verder lezen

Werkproblemen

Jarenlang heb ik er geen last van gehad, en opeens was het er weer: paniek, uitstelgedrag, eindeloze zelfverwijten. En ondertussen vooral niet schrijven. Daar kun je héél druk mee zijn.

Het was dit al veertig jaar oude artikel van de beroemde  Virginia Valian dat mij uit deze penarie hielp. Ze vertelt hoe zij zichzelf uit haar lethargie haalde met een zelfbedachte therapie: ze mocht maar één kwartier per dag werken, maar dan wel met aandacht en zonder na te denken over het resultaat.

Langzamerhand bouwde ze het aantal kwartiertjes op, zó dat ze uiteindelijk veel te hard ging werken. Ze was alleen maar tevreden over haar werkkracht als ze volkomen uitgeblust was.

Onze verhouding met werk (en voor mij is dat, met schrijven) kan bijzonder problematisch zijn. Faalangst en perfectionisme verhinderen dat je gewoon doet wat je denkt dat goed is – niets meer, niets minder.

Wis je sporen

Een ambitieuze fotografe laat ieder jaar haar allerbeste foto’s zien aan een gerespecteerde oude rot in het vak. Elk jaar verdeelt de man de stapel in goede en slechte foto’s. Elk jaar ziet de oude man echter dezelfde foto terugkeren. Het is een landschapsfoto, matig van kwaliteit.

‘Waarom houd je toch zo van die ene foto’, vraagt de oude man uiteindelijk. ‘Ik vind hem echt niet goed!’ ‘Maar ik heb er een hele hoge berg voor moeten beklimmen’, sipt de fotografe.

Deze parabel komt uit The Writing Life van de Amerikaanse schrijfster Annie Dillard. Ze wil maar zeggen: “Process is nothing; erase your tracks. The path is not the work.”


Zwangerschap kun je ook niet proberen

In de inleiding op Kaas, zoals gepubliceerd in tijdschrift Forum, schrijft Willem Elsschot over stijl. Hij vergelijkt schrijven met componeren, waarin de schrijver helaas slechts met armzalige, ‘jammerlijke’,  woorden kan werken. Maar de principes zijn vergelijkbaar. Lees:

Van af den aanhef, want een boek is een lied, moet men het oog houden op het slotakkoord, waarvan iets door ’t heele verhaal geweven moet worden, als het Leitmotiv door een symphonie. De lezer moet geleidelijk een gevoel van onrust over zich voelen komen, zoodat hij zijn kraag opzet en aan een paraplu denkt, terwijl de zon nog in haar volle glorie staat.

“Zwangerschap kun je ook niet proberen” verder lezen