Deurtje dicht, deurtje open

Schrijver Stephen King kreeg zijn eerste betaalde baantje als sportverslaggever bij een weekkrant in Lisbon, Ohio. Daar leerde hij zijn belangrijkste schrijfles van zijn chef, Mr. Gould.
Toen King zijn eerste stukken had ingeleverd, op papier getypt natuurlijk, het was ergens in de jaren zestig, bewerkte Gould veel van Kings zinnen. Vele konden compacter, overbodige informatie kon er wel uit, de ene zin kon beter verbonden worden met een andere.
‘Ik heb alleen de slechte stukken eruit gehaald’, zei Gould nadien, ‘het meeste was best goed.’

En toen gaf Gould een lesje dat veel schrijvers in hun oren hebben geknoopt.  In mijn vertaling: Als je een verhaal (artikel, essay, boek) schrijft, schrijf je het eerst voor jezelf. Als je het herschrijft, dan haal je alle dingen eruit die niet bij het verhaal horen.

Stephen King herformuleert Goulds les tot: Schrijf met de deur dicht, herschrijf met de deur open.

Schrijf eerst met de deur dicht. Experimenteer, durf te falen, blijf niet hangen in bijvijlen maar werk door totdat je weet: dit is het verhaal van kop tot staart, dit is wat ik wil vertellen.

Daarna gaat de deur open en mag de lezer binnenkomen. Je kunt het laten lezen, en openstaan voor kritiek, en je gaat zelf herschrijven totdat elk woord een bijdrage is aan de best mogelijke versie van je verhaal.

Daarna is je verhaal van de wereld. En niet meer van jou.

What makes you happy can also make you sick

In sectoren waar creativiteit de belangrijkste motor is – journalistiek, film, tv – is sprake van structurele organisatorische onrechtvaardigheid. Dat komt omdat ze parasiteren op de gedrevenheid van hun medewerkers. Denk aan onderbetaling, stress, maar ook aan racisme en #metoo.

Hierover hoorde ik Uva-hoogleraar mediastudies Mark Deuze in de podcast ‘Onder mediadoctoren’ over zijn boek Well-Being and Creative Careers. What Makes You Happy Can Also Make You Sick.

Mensen zijn zo gek om zich kapot te werken in creatieve sectoren omdat ze het werk zo leuk vinden. Ze ervaren veel autonomie en vrijheid. Diezelfde autonomie leidt dus ook tot arbeidsonzekerheid en spanning. Passie legitimeert het gebrek aan een goed leven.

Geen wonder dat de gemiddelde journalist na drie tot vijf jaar het vak verlaat. Daar heeft de sector geen last van. Er is altijd genoeg jonge aanwas die staat te trappelen om de creatieve arena te betreden, vastbesloten om kansen te grijpen.

En wie blijft, die meent over bovengemiddelde kwaliteiten te beschikken en zet die cultuur voort, die praat over Champions League en zo. Zijn of haar kinderen bouwen van jongs af aan al een prachtig netwerk op.
Deze nepo-baby’s komen makkelijk aan de slag. Ze blijven vaak volhouden dat het echt hun eigen verdienste is dat ze hun vleugels zo kunnen spreiden. Wat natuurlijk waar is – en ook niet.

Geen wonder dat deze sectoren zo moeilijk mensen van buiten kunnen vasthouden, zoals klasse-migranten en mensen van kleur. De creatieve sectoren zijn veel, veel conservatiever dan ze ooit aan zichzelf kunnen toegeven.

Deze aflevering is met ruim twee uur wel erg lang. Er zit enige herhaling in maar vooral de uitwerking van het begrip organisatorische onrechtvaardigheid bleef me intrigeren.

Podcasthost Linda Duits merkt op dat bovengenoemde mechanismen ook gelden voor de wetenschap, waar structureel onbetaald overwerk standaard is, om maar te zwijgen van de krankzinnige tijdelijke contracten.

Zo gaf ik zelf een paar jaar een fantastisch leuke mastercursus aan een universiteit waar ik wel drie keer zo veel werk voor verzette als de aanstelling van 0,05 fte (geen typefout) me voor betaalde. Het doet me denken aan wat mijn schoonvader vroeger over zijn moestuin zei: het is een leuke hobby die gelukkig geen geld kost.

Wat hier aan te doen? Duits merkt op dat liefde voor je vak zich zou moeten uitbreiden tot liefde voor je vakgenoten. Met andere woorden: bied weerstand aan het individuele ellebogenwerk dat in deze sectoren hoogtij viert, maar probeer als collectief te strijden voor betere werkomstandigheden. Je begrijpt na het beluisteren van deze mediadoctoren wel waarom dat collectief zich zo moeilijk laat vormgeven.

Schrijf voor louter terminale patiënten

”Write as if you were dying. At the same time, assume you write for an audience consisting solely of terminal patients. That is, after all, the case. What would you begin writing if you knew you would die soon? What could you say to a dying person that would not enrage by its triviality?”

In vertaling:

”Schrijf alsof je elk moment kunt sterven. Ga er tegelijkertijd van uit dat je schrijft voor louter terminale patiënten. Welbeschouwd is dat immers zo. Wat zou je schrijven als je wist dat je niet meer lang te leven had? Wat zou je zeggen tegen iemand die niet meer lang te leven had dat hem niet woest zou maken omdat het zo triviaal was?”

Annie Dillard – The Writing Life (1989)

Een advies met toverkracht

Dit advies kun je gebruiken bij complexe opdrachten, bij uitstelgedrag, bij eigenlijk alle schrijftaken die niet helemaal vanzelf gaan. Je kunt het ook gebruiken om de kwaliteit van je schrijverschap te verbeteren. Dat gaat gebeuren omdat je systematisch reflecteert op wat je nu eigenlijk aan het doen bent.

Het advies luidt: monitor je schrijfproces in zeven stappen

1. Houd een dagboek bij over je schrijfproces, in een boekje, of op een file in je computer.

2. Als je begint met schrijven, dan geef je jezelf een opdracht: zo specifiek mogelijk én wees realistisch. Stel dus liefst makkelijk haalbare doelen. Deadline-junkies zetten daarbij ook een timer. Splits zo nodig de opdracht in kleinere taakjes en zet voor elk klein taakje ook een timer.

3. SCHRIJF DIE OPDRACHT OP! (Deze aanwijzing bevat toverkracht).

4. Voer de opdracht uit.

5. Evalueer, maar uitsluitend positief: wat ging goed? Hoe ben je vooruit gekomen? Schrijf op.

6. Stel vast: waar wil je nu vooral aan gaan werken? Waar heb je zin in? Dat wordt dat je volgende opdracht. Dit heet ook wel ‘parking down hill’ (uit: Joan Bolker’s Writing Your Dissertation in Fifteen Minutes a Day). Zo creëer omstandigheden waardoor je een volgende keer weer snel tot schrijven komt.

7. Als je meer steun nodig hebt: stuur je positieve evaluatie en je taak voor de volgende keer naar een ‘writing accountability partner’, iemand met wie je afspreekt dat die, bijvoorbeeld elke doordeweekse avond, je vooruitgang ontvangt. Eventueel ontvang je ook van je schrijfpartner een mail over diens schrijfproces van de dag. Reageer daar alleen maar positief op, zonder veel extra commentaar.

 

Stel vragen aan jezelf en aan de lezer

Je zou kunnen zeggen dat de kern van een tekst bestaat uit vragen en antwoorden. Sommige vragen zijn expliciet, zoals: welke wetten in het internationaal recht regelen het omgaan met ruimtepuin?

Andere vragen zijn impliciet: ze bevinden zich achter de tekst, bij wijze van spreken, of in het hoofd van de lezer. Voorbeeld van zo’n laatste vraag: waarom moet ik lezen over de geschiedenis van het internationale ruimterecht?

Een ervaren schrijver verstaat de kunst om antwoord te geven op impliciete vragen. Een nog grotere kunst is om bij de lezer precies die vragen te laten opkomen die jij ook graag wil beantwoorden.

Vragen stellen aan jezelf
Als je wil schrijven over een onderwerp x, maar nog niet precies weet wat, dan zou je eens een tijdje jezelf vragen kunnen stellen over je schrijfproject – en dat zonder druk, zonder haast, zonder het raadplegen van Tjet of een ander AI-model.

Niet nadenken, geen structuur aanbrengen, steeds jezelf een vraag stellen en antwoord erop geven.
Ben je uitgeschreven? Stel dan een nieuwe vraag. Dit is een vorm van vrij schrijven, waar je jezelf in kunt trainen. Zo ontwikkel je nieuwe ideeën. Soms los je zo interne conflicten, soms blaas je alleen maar stoom af.

(Geheel terzijde: ik las dat een schrijver zijn stoom-afblaaspagina’s, ook wel ochtendpagina’s genoemd, door het AI-model Claude liet transformeren tot een takenlijst. Hier word ik zo treurig van. Dit is een vorm van efficiency-denken waarin zelfs stoom afblazen nog omgezet moet worden in iets nuttigs.)

Uitstelgedrag
Je kunt jezelf ook vragen stellen als je lijdt aan uitstelgedrag. Schrijf maar even op waarom je geen zin hebt.
Misschien kom je erachter dat je te moe bent.
Of dat je essentiële informatie mist.
Of dat je eigenlijk niet goed weet waar je moet beginnen.

Voor je het weet, stel je jezelf inhoudelijke vragen en ben je weer op het goede spoor.

Vragen stellen in je tekst
Ik gaf les aan een groep adviseurs. Het eerste wat mij in hun teksten was opgevallen was dat hun adviezen zelden een vraag bevatten.

Een goed advies zou toch een antwoord moeten zijn op een vraag die leeft. Wat betekent het als de adviseurs die vragen niet eens formuleren?

Ik suggereerde deze groep: probeer eens heel bewust vragen toe te voegen aan je tekst. Dit is een schrijftechniek die veel teksten leesbaarder maakt.

Door vragen expliciet in je tekst op te nemen, trek je de lezer naar de tekst toe. Alleen al de visuele aanwezigheid van een vraagteken trekt de aandacht van de lezer.

Disclaimer

De techniek van effectieve vragen stellen in je tekst ga je niet in één keer goed beheersen. Misschien voeg je in het begin veel te veel vragen toe. Misschien stel je juist vragen die niet zo relevant zijn.
Denk na over welke vragen echt belangrijk zijn. Bedenk ook dat je in een latere revisie de vragen vaak kan weglaten.

Welke vraagwoorden?
Merk hierbij op dat sommige vraagwoorden leiden tot specifiekere, dus betere antwoorden dan andere: ‘welke’, ‘wie’, ‘waarom’, ‘wat’ zijn vraagwoorden die een specifiek antwoord beloven. Voorbeelden: welke  belooft een opsomming; wat belooft een definitie; waarom belooft een opsomming van redenen.

Een vraagwoord als ‘hoe’ of ‘in hoeverre’ geeft bijna altijd vagere antwoorden.
Het kost vaak veel denkkracht om hoe-vragen om te vormen. Daarmee verandert immers ook de inhoud van de vraag. Vergelijk: ‘Hoe moet Europa zich herpositioneren?’ met ‘Welke economische maatregelen moet de Europese Unie nemen om niet-Europese landen gelijkwaardiger te behandelen?’  De laatste vraag is veel specifieker.

Sommige teksten laten zich schrijven als een aaneenschakeling van vragen en antwoorden, waarbij elke alinea één vraag bevat. Dat leest wat staccato. Vaak kun je in de afwerkfase wat vragen schrappen en met verbindingswoorden de antwoorden in de ene alinea logisch laten aansluiten op een volgende.

Tot slot: twee vuistregels
De eerste: stel alleen een vraag als je er ook antwoord op geeft. Een tekst waarin vele vragen achter elkaar worden gesteld zonder dat er antwoord op komt, geven de indruk dat de schrijver onwetend is.
Een tweede vuistregel: niet meer dan een à twee vragen per 500 woorden.

Twee kikkers

Er waren eens twee kikkers die beide in een pan met room waren beland. ‘Na hun overlevingskansen aandachtig te hebben geanalyseerd waren ze het erover eens dat die gering of afwezig waren. De pessimist concludeerde dus dat het geen zin had om moeite te doen en verdronk waardig. De optimist vocht tegen beter weten in voor zijn leven – hij bewoog heen en weer, spartelde, zwom hen en terug in de room zolang hij daarvoor de kracht had. Op een gegeven moment bleek dat hij met zijn wanhopige bewegingen de room tot boter had geklopt – hij klauterde de pan uit en was dus gered.’

Zo beschrijft Olga Tokarczuk in De tedere verteller de ontstaansgeschiedenis van haar roman Jaag je ploeg over de botten van de doden.

‘[D]oor chaotisch te schrijven, eerst hier en dan weer daar, door van een beeld naar een dialoog, van een beschrijving naar een notitie te springen, door verhaallijnen te creëren en personages op te bouwen, heb ik de chaos tot een roman geklopt.Daarvoor is onuitputtelijk optimisme nodig en dat is veel belangrijker dan vaak overschat talent of ijver.’

 

Een schrijvend ik dat in zichzelf gelooft

Al een aantal jaren geef ik essayles op de Schrijversvakschool, eerst in Amsterdam, tegenwoordig in Groningen. Een groter verschil in populatie is niet denkbaar. Om even grof te generaliseren: in Amsterdam komen sommige studenten binnen met een air alsof ze Harry Mulisch himself gaan opvolgen. Ze hebben veel meer zelfvertrouwen en flair dan de studenten in Groningen, waarvan sommige zo bescheiden zijn dat je ze op stage in Amsterdam zou willen sturen. Een stage voor Amsterdammers in Groningen zou trouwens ook niet slecht zijn: wie bescheiden begint, blijft langer veelbelovend.

Een overeenkomst tussen beide groepen is er ook: na een tijdje hebben bijna alle studenten een moment waarop ze door het ijs zakken. Ze vertrouwen hun eigen gedachten en waarnemingen niet meer. Hun zelfvertrouwen vervliegt. Ze vrezen dat ze alleen nog maar in clichés kunnen denken. Dat is soms ook zo. De eerste gedachten zijn meestal waardeloos, pas na hardnekkig doorschrijven, door associëren en formuleren krijgen originele gedachten een kans.

Het is eigenlijk helemaal niet gek dat  juist bij essayschrijven dat proces op gang komt. Dit genre vraagt dat je je intuïties serieus maar ook kritisch bekijkt. Een hele ingewikkelde tournure die kennelijk een stevige bodem veronderstelt.

‘Being a writer is an act of perpetual self-authorization’, schrijft Verlyn Klinkenborg in several short sentences about writing: ‘Only you can authorize yourself.’ Dat is zo mooi paradoxaal: in het schrijven ontstaat je bestaansrecht als schrijvend ik.

 

Organiseer je schrijfwerk met Scrivener

Wie een grote schrijfklus moet aanpakken, kan snel verzuipen in de informatie. Soms letterlijk: vele werkkamers zijn bezaaid met boeken, aantekeningen, kladjes. En soms ook digitaal: de pdf-files met mogelijk interessante info staan allemaal open – en vertragen je computer aanzienlijk. Wat te doen om je informatie goed te organiseren?

Een goed hulpmiddel
Het organiseren van je informatie is zowel een ordeningsprobleem als een schrijfprobleem. Zodra je informatie ‘van buiten’ verwerkt, dreig je al schrijvend op een zijpad te geraken, waar je moeilijk weer van af komt.

Eén remedie voor dit probleem is: wacht met schrijven totdat je precies weet wat je wil zeggen. Dat is lastig, tijdrovend en enorm zinvol. Je krijgt er zelfvertrouwen door, omdat je vastberaden je eigen weg weet te banen door alle info die voor je ligt.

Helaas heb je hiermee het organisatieprobleem nog steeds niet opgelost. Als je van handige tools houdt, dan kan Scrivener een oplossing zijn (we hebben geen aandelen, inmiddels wel behoorlijk wat ervaring).

Dit softwareprogramma stelt je in staat om de grote lijn te formuleren en de daarbij benodigde informatie ‘aan te hangen’. Bijkomend voordeel: volgens dit filmpje leer je in tien minuten met het programma werken.

Samen schrijven: verdragen – markeren – diagnosticeren – veranderen

Veel organisaties laten hun medewerkers samen een tekst schrijven. Dat valt niet altijd mee.

Samen schrijven is méér dan een conceptversie rondsturen met de mededeling: ‘Schiet er maar op’, en dan een groep mensen in de cc die moeten ‘meelezen’, zonder dat duidelijk is wat meelezen betekent: is dat ook schieten? Of is het goedkeuring verlenen als je niet reageert?

Schrijvers die samen een tekst schrijven moeten het vooraf eens zijn over:
– het onderwerp van de tekst
– het doel
– de beoogde lezer
– het profiel van de afzender
– de centrale boodschap

Over deze ‘meta-analyse’ lees je hier wat meer.

Hieronder een voorstel voor het werkproces als een tekst eenmaal in wording is.  Dit voorstel bestaat uit vier stappen. Die stappen vereisen discipline, maar je krijgt er wat voor terug! Frustratie blijft (langer) uit.

1. Verdragen
De eerste stap als lezer van een concepttekst (ook wel eerste versie, nul-versie of, mijn favoriet, sneuvelversie genoemd): LEES en VERDRAAG wat je leest.
Ga niet onmiddellijk wijzigen aanbrengen. Lees en overzie wat de tekst probeert, welk verhaal eruit spreekt en waar dat al dan niet overkomt.

2. Markeren
Lees nu de tekst opnieuw en markeer wat je niet bevalt. Wees opnieuw geduldig. Je hoeft alleen maar met een gele markeerstift, op scherm of op papier, aan te kruisen waar iets mis gaat, ook al weet je nog niet precies wat.

3. Diagnosticeren
Stel vervolgens bij ieder punt vast wat er aan mankeert. Bijvoorbeeld: ‘Hier mist cruciale informatie’; ‘Hier snap ik de redenering niet’; ‘Mijn aandacht verslapt op dit punt’; ‘Ik heb meer voorbeelden nodig’; ‘Te veel info in één alinea’; ‘Hier staat drie keer hetzelfde in andere woorden’. Gebruik hiervoor de opmerkingen-functie in je tekstverwerker.

Soms zal de diagnose leiden tot bijstelling van de meta-analyse. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de tekst eigenlijk twee groepen lezers wil bedienen (dat gaat meestal mis), of meerdere hoofddoelen wil bereiken (de beste garantie voor een hoofdpijn verwekkende tekst). Dan moet je dus een paar stappen terug en eerst overeenstemming krijgen over doel, lezer, schrijver, hoofdboodschap.

4 Veranderen
Pas nu wordt het tijd om de tekst te veranderen. Afhankelijk van de samenstelling van je team kun je de taken verdelen. Misschien moet een specialist nog wat meer informatie aanleveren. Misschien kan één schrijver, als iedereen het eens is over de diagnoses, de veranderingen doorvoeren. Niet slecht is het om een andere eindredacteur vervolgens de kleine foutjes eruit te laten halen.

Dit voorstel helpt trouwens ook als je in eentje teksten schrijft. Dan moet je jezelf ook in meerdere personen splitsen. De redacteur in jezelf leest kritisch wat de flamboyante schrijver in jezelf eerder schreef.

Ik hoor al mensen zuchten: ‘Ja maar, dat kost allemaal zo veel tijd! Zij hebben gelijk. Schrijven is een complexe taak die bijna altijd onderschat wordt. Houd maar eens bij hoeveel tijd het schrijven van een tekst heeft gekost. Dan kun je daar een volgende keer voldoende tijd voor inplannen.

Adviezen van Montaigne en Vonnegut

Montaigne schreef in de zestiende eeuw: ‘We zijn het aan onszelf verplicht om goed te leven, niet om goede boeken te schrijven, veldslagen te winnen en gewesten te veroveren, maar om kalmte en rust te vinden bij de dingen die wij doen.’

Ja, ja, zo, zo. Montaigne had wel gelijk, maar heb je iets aan deze woorden als je ambitieus en onrustig bent? Dat ‘goed leven’, dat eh, is best vaag.

Kurt Vonnegut gaf een advies waar ik beter mee kan omgaan. Toen scholieren hem in 2006 uitnodigden voor een bezoek aan hun school, stuurde hij een brief. Publiek optreden deed hij niet meer sinds hij op een reptiel was gaan lijken, schreef hij. Hij was toen 84. Advies had hij wel:

‘Practice any art, music, singing, dancing, acting, drawing, painting, sculpting, poetry, fiction, essays, reportage, no matter how well or badly, not to get money and fame, but to experience becoming, to find out what’s inside you, to make your soul grow.’

Hij gaf nog wat concretere voorbeelden. Dans van school naar huis, zing onder de douche, teken een gezichtje in de aardappelpuree. Doe alsof je Dracula bent.

Hij vervolgt met een concrete opdracht: schrijf een gedicht op rijm van zes regels. ‘No fair tennis without a net.’ Schrijf het zo goed mogelijk, maar vertel het aan niemand. Verscheur je gedicht dan in kleine stukjes.

‘You will find that you have already been gloriously rewarded for your poem. You have experienced becoming, learned a lot more about what’s inside you, and you have made your soul grow.’

Ik moet denken aan een Chinese kunstenaar, Song Dong, die met water het levensverhaal van zijn vader schreef. De opgedroogde papieren toonde hij ooit in stapeltjes in een vitrinekast.
Song Dong wilde namelijk het levensverhaal van zijn vader perfect optekenen. Hij wilde vooral niet in het verleden blijven hangen. Hij had een slechte band met zijn vader.

Misschien is schrijven met water een goed alternatief voor het verscheuren van je gedicht?

Schrijven is: weefsel creëren tussen A en B

Guido van der Werve studeerde ooit in Moskou. Op een dag stond hij op een brug te kijken naar een eindeloze rij auto’s die over de snelweg raasden. Opeens rende een man de snelweg op.  Hij werd aangereden. Van grote afstand zag Van der Werve hoe de man stierf. ’s Avonds bezocht de kunstenaar in het theater een beroemd ballet.

Die twee gebeurtenissen brachten hem tot het maken van de film ‘Nummer 2’, waarin je de kunstenaar ziet botsen op een voorbijgaande auto. Dan komt er een politiebusje langs waaruit vijf klassieke danseressen stappen. Op een Nederlandse klinkerstraat voeren ze een dans uit op muziek van Corelli. Wonderschoon. (En te zien in Filmmuseum Eye tot 29 mei 2022).

Dit is ware kunst – een kunst die ook in schrijven tot uitdrukking komt. Correctie: kan komen.

Je ziet, herinnert, ervaart, weet, creëert fenomeen A, en je ziet, herinnert, ervaart, weet, creëert fenomeen B.

De kunst is nu om een weefsel te produceren dat A en B aan elkaar relateert: een zelfdoding op een snelweg  met een ballet, bijvoorbeeld, of een triatlon die het hart van Chopin, begraven in Warschau, verbindt met zijn graf in Parijs (Film nummer 14 van Van der Werve).

Weefsel creëren door draden te spannen tussen A en B en die vervolgens te vullen met scenes, verhaallijnen, veelzeggende details.

Overigens knoopt Van der Werve veel meer fenomenen aan elkaar. Want op dezelfde dag dat hij het ongeluk en het ballet zag, had hij ’s ochtends voor zijn studie Russisch als oefening een contactadvertentie moeten schrijven. Hij schreef:

’s ochtends kan ik niet opstaan
’s middags verveel ik me
’s avonds ben ik moe
’s nachts kan ik niet slapen

Met die zinnen begint ‘Nummer 2, met als ondertitel ‘Just because I’m standing here doesn’t mean I want to’. De straat waar de danseressen hun ballet opvoeren ligt in Papendrecht, Van der Werve’s geboorteplaats.

In een interview in het radioprogramma Nooit meer slapen vertelde Van der Werve dat hij thuis veel spanningen ervoer.
In een van zijn films (Nummer 14) zie je dat geboortehuis, een rijtjeshuis met een jaren zeventig interieur. In de huiskamer speelt een orkest, in de slaapkamers zingt een koor. In een volgende scene bezetten de musici  de stoep. De kunstenaar verlaat het huis, waarna het ontploft. Glas spat uit alle ramen.

Het lijkt niet meer dan logisch dat de kunstenaar daarna opgehesen wordt aan een hijskraan die hem hoog boven het rijtjeshuis tilt.

Echte kunst heeft een logica, een logica die de lezer, de kijker, de luisteraar volkomen overtuigt.

Vind me in elk woord dat ik schrijf*

Een essay over essayeren

Manon Uphoff bracht haar jeugd door boven speciaalzaak Het Babyparadijs, dat ligt op de hoek van de Damstraat in Utrecht. Op de andere hoek, op de kruising met de Kanaalstraat, staat de uitstalling van groentewinkel Svetlana, een van de zeventien groentewinkels in Lombok.
Daar, bij die uitstalling inspecteer ik het aanbod met mijn handen. Ik ruik aan een roze vrucht met grove poriën. De man naast me, de sigaret in zijn hand verklaart zijn bruine tanden, vraagt bars: ‘Naam!’

Lees verder “Vind me in elk woord dat ik schrijf*”