Troost voor huilbaby’s

Een proefschrift is als een huilbaby die voortdurend om aandacht vraagt. Af en toe laat hij een betoverend glimlachje zien dat alle slapeloze nachten goedmaakt. Soms wil je dolgraag van hem weglopen, wat je natuurlijk niet doet.
Het huilen gaat over. De baby gedijt en groeit uit tot een evenwichtig persoon die de wereld vol vertrouwen tegemoet kan treden. Op 23 januari 2020 ben ik gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift Family History: Relatives, Roots, and Databases.
Al eerder gaf ik workshops aan promovendi , maar nu ik zelf het hele proces van A tot Z doorlopen heb, weet ik nog beter hoe je je eigen huilbaby kan troosten – en jezelf.
Zodat je proefschrift een mooi project blijft waar je heel erg trots op bent!

Vijf of zes regels

In De schoonheid van weerbarstig proza (oorspronkelijke titel: Essays One) biedt Lydia Davis een inkijk in haar schrijfpraktijk. Onwaarschijnlijk inspirerend zijn de beschrijvingen van haar dagelijks leven waarin haar ambitie als schrijver centraal staat. Altijd alles noteren, altijd oefenen, je altijd zo serieus mogelijk verdiepen in onderwerpen die je aantrekken, ook al weet je niet waarom.

Ergens halverwege geeft ze kort vijf of zes kardinale regels. Ik moet ze even compleet noteren. Let op hoe ze haar eigen schrijftheorie in praktijk brengt door eerst te schrijven, dan te herschrijven omdat het beter kan.

“1. Werk aan je persoonlijkheid. (2) Werk aan je taalbeheersing, zodat je weet waar je mee bezig bent en dat goed doet, de controle houden. (3) Ken je taal – de woorden en de uitdrukkingen en het idioom – en verdiep je er grondig in, op alle mogelijke manieren. (4) Zeg wat je te zeggen hebt, zonder terughoudendheid, op de manier waarop jij het wilt zeggen, ongeacht wat anderen er misschien van zullen vinden (maar zonder voorbij te gaan aan de gevoeligheden van anderen). (5) Werk hard (schrijf veel), en wees geduldig.
Ik zeg het nog een keer, maar dan net even anders: (1) Perfectioneer je techniek. (2). Investeer los daarvan in je geest en je persoonlijkheid. (3) Als je schrijft, schrijf dan in vrijheid, zoals jij dat wilt, en volg je eigen interesses. (4) Werk hard: herschrijf nauwgezet. (5) Wees geduldig: laat tijd verstrijken als dat nodig is. (6) Negeer wat anderen zouden kunnen denken (maar niet wat ze zouden kunnen voelen).”

Lees. Leef. Schrijf. Aan de slag!

Family History: Relatives, Roots, and Databases

Hier is hij dan, mijn dissertatie met de titel Family History: Relatives, Roots, and Databases. Datum van verdediging aan de Rijksuniversiteit Groningen: 23 januari 2020, 16.15 uur.

 

 

 

 

 

Ook verscheen er een interview in de Volkskrant over mijn onderzoek en vroeg het Belgische dagblad De Morgen om een opiniestuk over Delphine Boël en haar biologische vader koning Albert. Ook NRC Handelsblad publiceerde een interview. GEN, het blad van het Centraal Bureau voor Genealogie, publiceerde een groot interview met als titel ‘Families zijn geen bomen’.

Pdf Dagblad De Morgen – opiniestuk 30 januari 2020
Pdf de Volkskrant 28 januari 2020
Pdf NRC Handelsblad 10 februari 2020
Pdf GEN maart 2020

Op vrijdag 6 maart 2020 hield ik ook nog een lekenpraatje ter gelegenheid van het 405-jarig bestaan  van de Groningse universiteitsbibliotheek. Daarin ging ik in op de vraag waarom we vaak over familie praten in termen van wortels en bomen. De UB vroeg me dat omdat mijn proefschrift onwaarschijnlijk vaak gedownload is. (Op die datum meer dan 800 keer!).

Poetry slam aan de Groningse universiteit 2019

Tien promovendi presenteren hun passie voor wetenschap tijdens een poetry slam. Samen met een jonge dichter schrijven ze een gedicht dat is geïnspireerd op hun onderzoek.

Van rap tot sonnet, in het Nederlands of het Engels. Het publiek jureert en het winnende koppel krijgt eeuwige roem.

Dichter Mauritio Plat maakte een gedicht over mijn onderzoek naar familiegeschiedenis. ‘s Avonds traden we op voor een bomvolle zaal. We wonnen!

Recensies van filosofieboeken in Trouw

 

Op deze plek verzamel ik de recensies van filosofieboeken die ik sinds december 2017 maandelijks in Trouw publiceer.

Wittgensteins minnares, een filosofische roman van David Markson (Trouw, 28 maart 2020)

Socrates op de fiets, van Guillaume Martin (Trouw, 25 maart 2020)

De ideale universiteit van Floris Cohen (Trouw, 19 februari 2020)

De essentie van Arendt van Lieve Goorden (Trouw, 15 januari 2020)

Verenigt U! Arbeid in de 21ste eeuw van Thijs Lijster (Trouw, 20 november 2019)

Wij zijn ons lichaam van Aldo Houterman (Trouw, 23 oktober 2019)

Wat onze identiteit niet is  van Nathalie Heinich (Trouw, 18 september 2019)

Leven in het nu van Tom Hannes (Trouw, 26 juni 2019)

The game van Alessandro Baricco (Trouw, 22 mei 2019)

Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? van Ingrid Robeyns (Trouw, 14 april 2019)

Het tij keren  van Joke Hermsen (Trouw, 13 maart 2019)

Het ware leven van Alain Badidou (Trouw, 6 februari 2019)

Hypocrisie. Waarom je af en toe moet doen alsof van Rik Peters (Trouw, 2 januari 2019)

Lees “Recensies van filosofieboeken in Trouw” verder

Start elke ochtend met schrijven

Ik adviseerde het al langer: begin elke ochtend met schrijven. Sinds ik mijn eigen adviezen opvolg, merk ik pas echt wat dat betekent. Een kopje koffie en dan twee a drie handgeschreven pagina’s produceren.

Ik ga niet beweren dat het heel plezierig is om aan het begin van de werkdag eerst in mijn schriftje te schrijven. Het is lastig, saai soms, om zomaar te schrijven, vooral als je niet weet wat.

Nu ik het een paar weken heb volgehouden, begint ik er zelfs plezier in te krijgen. Als ik het een dag te druk heb om met schrijven te beginnen, dan mis ik het!

Wat is nu het voordeel van doelloos schrijven in de ochtend? Ik zie drie redenen.

De eerste is dat je als het ware je formuleerknop aanzet in je hoofd. Je drijft niet meer op vormeloze stemming of gaat onmiddellijk over tot actie, maar beschrijft wat er zich voordoet. Van dat oefenen in formuleren heb je direct profijt. In mijn geval: al schrijvend structureer ik mijn dag door te bedenken wat ik vandaag in elk geval echt wil doen.

Dat profijt is direct de tweede reden: het stimuleert je creativiteit. Er dienen zich vaak nieuwe ideeën aan, ideeën die nog onrijp zijn maar wel nieuw! Dit gebeurt lang niet altijd. Soms schrijf ik alleen mijn onrust weg in de meest vreselijke clichés en andere flauwekul. Daarna ben ik klaar voor het echte werk.

De derde reden voor het ochtendschrijven is voor mij de belangrijkste: ik maak serieus tijd vrij voor mijn eigen gedachten. Die komen eerst. Die verdienen aandacht. Alleen door werkelijk serieus te nemen wat je denkt, kom ik verder met schrijven.

Dat vertelde ik altijd al aan anderen. Nu ervaar ik het opnieuw weer zelf.

Zie voor meer uitleg van de morning pages Julia Cameron de website van .

De Mount Everest beklim je ook niet in één keer

Zeker bij een groot project kan de schrik je om het hart slaan: dit komt nooit af! Eén geruststelling: de Mount Everest beklim je ook niet in één keer.

Zelfs de meest ervaren klimmers moeten zich goed voorbereiden als ze de Mount Everest willen beklimmen. Eerst moeten ze naar het basiskamp, om hun lichaam te laten wennen aan de grote hoogte. Vandaar uit maken ze diverse expedities: steeds een stukje omhoog om te verkennen hoe het gaat. En dan weer terug naar het basiskamp.

Die verkenningen zijn essentieel voor het volbrengen van de grote klim. Misschien helpt die vergelijking als je werkt aan een groot project. Ook grote bergen kun je slechts stapje voor stapje veroveren. En soms ga je even terug naar de basis, om op krachten te komen en nieuwe moed te verzamelen voor een stukje omhoog.

Behoud je illusies

Maurice Malliot, hoofdpersoon uit Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers, was tien jaar oud toen zijn ouders zich van kant maakten. Ze lieten hem een brief na:

“Een liefdesbrief. De mooiste die ik in mijn leven heb gehad. Eén passage eruit wil ik u niet onthouden opdat u er uw voordeel mee kunt doen: Er sluipen drie griezels in schaapskleren op de wereld rond: kennis, consensus en diepgang. Je zult ze pas herkennen als je groot bent. Zorg ervoor dat ze je niet verslinden en behoud je illusies!”

Een nauwe blik

In Zeepijn toont Charlotte Mutsaers zich een spoorzoeker: ze onderzoekt het verband tussen de zee en de dennen. Een dennenboom ruist als de zee. De dennenappel heeft de schubben van een vis. En het leven van een schrijver als Robert Walser is doorstoken van dennennaalden: geen wonder voor een Zwitser die moet leven in een land zonder zee.

Al die volstrekt particuliere observaties verwerkt Mutsaers in een verzameling van teksten die anekdotisch, biografisch, essayistisch zijn. En volstrekt origineel.

Een kunstenaar heeft een nauwe blik nodig, stelt Mutsaers.

”Hoe beperkter zijn blikveld, hoe beter. Hoe meer obstakels erin staan, hoe beter. Hij zal altijd willen uitvissen wat ze verborgen houden. Eromheen trachten te kijken, eronder, erachter, ernaast, erin of erbovenop. Hij zal altijd willen achterhalen welk geheim die voorwerpen verbindt, wat hun samenhang is. Dat zet hem op het spoor van zijn eigen geheim, zijn eigen samenhang.” (p.99)

Daarom liever concreet dan abstract, liever kronkelig dan rechtlijnig, liever diepte dan vergezichten, schrijft ze. En dat doet weer denken aan Montaigne.

Een gedachte krijgt meer kracht als hij is samengebald in de afgepaste voeten van het vers, schrijft hij in Over de opvoeding. Zo treedt hij krachtiger naar buiten, waardoor hij je meer raakt en overtuigt. Net als dat een geluid dat door de nauwe buis van een trompet luider en scheller klinkt.

Dat schelle lijkt me nu weer geen aanbeveling, maar de lessen voor een essayist liggen toch weer op een andere manier voor het oprapen.

Onderzoek je associaties, zegt Mutsaers, met een nauwe blik, maar ga niet van alles aan elkaar lijmen ”zonder er met huid en haar bij betrokken te zijn, dan wordt het een spelletje Mikado. Dan storten alle bouwsels, hoe origineel misschien ook, binnen de kortste keren in elkaar.” (p.243)

Narratieve technieken bij non-fictie

In onderstaande linkerkolom zie je de eerste alinea’s van een reportage uit NRC Handelsblad, van twee journalisten die een reconstructie maakten van het bloedbad dat Tristan van der V. had aangericht in Alphen aan de Rijn. Rechts zie je dezelfde alinea’s, herschreven door journalist Henk Blanken, in de werkplaats van de Verhalengarage.

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapt Tristan van der V. uit zijn auto, op de parkeerplaats bij een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Een kwartier later zijn zes mensen dood, en zeventien mensen gewond. Het wapen ligt bij de dader, naast de kassa’s van de Albert Heijn.

Tristan van der V. parkeert zaterdagmiddag rond twaalf uur zijn zwarte Mercedes op het Carmenplein bij winkelcentrum de Ridderhof. Hij heeft drie wapens bij zich. Hij stapt uit en schiet iemand neer.  Dan gaat hij een stenen zijtrap op en door een deur het winkelcentrum in. In zijn auto, die later door de Explosieven Opruimingsdienst wordt onderzocht, ligt een briefje. Daarop staat dat er explosieven liggen in drie andere winkelcentra in Alphen aan den Rijn.

Het is druk in het overdekte winkelcentrum. Rustig loopt Van der V. langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo. Schietend. Glas vliegt in het rond. Mensen vallen neer, rennen weg, duiken weg. Hij loopt door.

 

 

 

Rond twaalf uur zaterdagmiddag stapte in Alphen aan den Rijn een jonge man uit zijn auto. Een kwartier later had hij in het winkelcentrum Ridderhof zes een bloedbad aangericht.

Het moet rond het middaguur zijn geweest toen de zwarte Mercedes zaterdag het Carmenplein in Alphen aan den Rijn opdraaide. De bestuurder parkeerde de auto en stapte uit, een man van rond de twintig, een jonge, blanke man die de parkeerplaats overstak  en met een vuurwapen de eerste voorbijganger die hij tegenkwam doodschoot, willekeurig, terloops en rustig, alsof hij een sigaret uitdrukte.

Toen beklom de man de stenen trap. Door een deur ging hij de Ridderhof binnen.

In het overdekte winkelcentrum was het druk, als op elke zaterdagmiddag. De man liep kalm langs het Kruidvat, de Zeeman, de Hubo. Rustig liep hij langs de winkels, schietend op passanten met een van de drie vuurwapens die hij bij zich droeg.

Glas vloog in het rond. Mensen vielen neer, renden weg, doken ineen.

De man liep door.

Henk Blanken besteedt maar liefst vier artikelen aan deze reportage, puur om te laten zien hoe narratieve technieken, mits echt goed toegepast, een reportage kunnen versterken. Hij herschreef het stuk helemaal, waarbij hij in een noot bij elke zin uitlegt waarom hij die heeft veranderd. Heel erg leerzaam!

Helaas is de site van de verhalengarage wat onoverzichtelijk. Op zijn blog staan de artikelen niet naast elkaar, wat vergelijking bemoeilijkt. Daarom hierbij een stukje van zowel de oorspronkelijke reportage als de herschreven versie. Wat je nu mist zijn de noten met commentaar – en de rest van beide stukken. Daarvoor moet je even doorklikken.